#

Interview met Esther Verbruggen

17 Feb 2018

INTERVIEW ESTHER VERBRUGGEN

Wat deed jij op je twintigste? Voor veel mensen is het een leeftijd van zoeken en ontdekken wie je bent. Zo ook voor Esther Verbruggen, ons bestuurslid promotie. In het kader van het estafette-interview dronken wij nota bene op Valentijnsdag een kop koffie en leerde ik haar beter kennen.

Ik ontmoet Esther in Bar Beton op het centraal station van Utrecht. Ze komt net uit Den Haag, waar ze bestuurskunde aan de Universiteit Leiden studeert. Ze komt zwaar bepakt en bezakt aan met een dikke trolley en een Hema-tas bedrukt met worsten gevuld met, jawel, condooms. Die zijn voor een campagne actie voor de gemeenteraadsverkiezingen, waarvoor ze na onze afspraak naar de Uithof moet. Na een grap over de toepasselijkheid van de tas, de inhoud en de dag gaan we zitten.

We bestellen wat te drinken en beginnen ons gesprek. Ik ken Esther al enigszins. Het is ook lastig om deze roodharige en energieke verschijning die sinds een half jaar in het afdelingsbestuur van Utrecht zit te missen. Ze begint te vertellen over haar studie en over haar keuze om bestuur te doen. Ze wilde zich ontwikkelen op politiek vlak: “Je kunt geen bestuurskunde doen zonder politiek betrokken te zijn.”  Al snel laat ze weten dat ze soms wel faalangst heeft en het belangrijk vindt om hoge cijfers te halen. Deze openheid van zaken wordt kenmerkend voor ons gesprek.

Esther vertelt over haar toekomstplannen. Ze wil graag in het buitenland studeren, voor haar minor, maar niet in een Engelstalig land; Athene staat nu het hoogst op haar verlanglijstje. Waarom? Andere landen trokken haar minder aan. The best of worst dus? “Nee, nee, helemaal niet! (…) Ik heb ook oud-Grieks gehad op de middelbare school. En ik wil de uitdaging opzoeken of ik überhaupt lang kan functioneren in het buitenland.” Klinkt in mijn oren niet als iemand die faalangst heeft. “Nee, klopt. Maar soms ben ik echt bang dat ik dingen niet haal. Sommige mensen lezen hun literatuur niet of leveren hun papers twee dagen van tevoren in. Ik zit er juist heel erg lang aan. Daarom ben ik ook bestuur gaan doen. Die studie ging me goed af. Ik moet me ook dwingen om er niet té veel tijd aan te besteden. (…) Misschien gaat Athene niet goed, maar dan kom ik er na drie weken achter, en dan? Dan heb ik het wel gewoon geprobeerd. Soms moet je in het diepe springen om erachter te komen dat je best goed kunt zwemmen, ben ik achter gekomen.”

Esther geeft aan dat ze uit een christelijk nest komt. Ik herken dit uit mijn eigen thuissituatie en ben benieuwd hoe ze dat combineert met haar eigen liberale overtuigingen. Heeft ze het met haar ouders wel eens over politiek? “Nee, zo min mogelijk.” Zo min mogelijk? “Als je op sommige punten zo ver uit elkaar ligt, weet je dat er een discussie van komt. Als ik bij mijn familie ben wil ik juist even niet discussiëren over vrijwillig levenseinde of de donorwet. Met familie en vrienden moet je wandelen, niet handelen. Je moet niet onnodig de confrontatie opzoeken. Het is een plek waar ik me veilig wil voelen, dan ga ik niet bewust het conflict opzoeken.”

Gelooft ze zelf? “Ik weet het eigenlijk niet. Ik vind het geen waarde toevoegen om te zeggen dat je gelovig bent. Ik ken de bijbel goed, maar als je zegt dat je christen of jood bent en je handelt er niet naar, wat voor waarde heeft het dan om te zeggen dat je gelovig bent? Je kan beter een niet-gelovige zijn die handelt naar de waarden, dan andersom.” Ik merk op dat ze het geloof nu heel erg definieert aan de hand van regels, terwijl ik juist vaak zie dat het veel meer met zingeving te maken heeft. “Ik vind dat stukje zingeving in politiek actief zijn.” Ik vraag of D66 haar geloof is. Ze lacht en grapt: “Ja, en Kevin (red: Brongers, voorzitter LB) is dan mijn profeet. Maar nee, ik mis geen zingeving. Ik vind zingeving in de idealen die ik heb. Het is geen religie, maar door gewoon actief te zijn en bij te dragen aan de samenleving geef ik mijn leven zin.”

Over de zin van het leven gesproken… het is Valentijnsdag, de dag van de liefde. Ik ben benieuwd of er een man in haar leven is. “Nee, nee. Heb ik geen tijd voor joh”, antwoordt ze snel. Ik merk op dat je tijd kan maken. “Oké, maar als je de tijd niet wilt maken… Als ik een hele leuke man zou tegenkomen zou dat misschien wel veranderen. Soms kan het ook in de weg staan van je eigen ontwikkeling en dan moet je het niet doen.” En voor later dan? “Ja, natuurlijk heb ik ook de meisjesdroom van trouwen en misschien kinderen”, lacht ze. Heeft ze al een idee wat voor man bij haar zou passen? “Niet heel lief… Van alleen maar woorden als schatje krijg ik echt een allergische reactie. Gewoon iemand die zijn eigen leven leidt en zijn eigen vrienden heeft. Ik wil niet het idee hebben dat ik zijn hele leven ben.”

Geen tijd voor een relatie dus; Esther doet al te veel dingen. Kan ze eigenlijk wel stilzitten? “Nee, het is veel te druk.” Zou ze het willen? “Ja! Elk weekend probeer ik naar huis te gaan om mijn rust te pakken. Ik moet echt beter worden in grenzen aangeven, en dat lukt al beter.” Altijd? “Soms is het wel heel veel, vorige week bijvoorbeeld. Soms zit er wat tegen. Als je dan ook nog eens altijd laat thuis bent, een vermoeiend - maar wel ontzettend leuk - congres hebt gehad (red: Wintercongres van 2-4 februari) en het voor studie druk is, is het soms wat veel.  Toen heb ik even met Annabel (red: voorzitter JDU) gebeld. Gelukkig heb ik een superlief bestuur om op terug te vallen.”

Ze vertelt dat ze heeft geleerd dat je niet altijd alles wat je wil op je kan nemen. “Soms moet je gewoon zeggen: doei, ik laat het.” Hoe vindt ze dat? “Ja, moeilijk. Ik geef me altijd 200%, maar dat kan gewoon niet altijd. Je moet op jezelf letten. Je kan net de hele wereld dragen en dat moet ik accepteren denk ik. Soms is 100% ook goed genoeg.”

Klinkt wel heel volwassen. Vindt Esther zichzelf volwassen? “Als het moet. Sommige mensen nemen zichzelf te serieus. Als je het leven zo zwaar neemt, dan wordt je daar niet gelukkig van. Soms neem ik het ook wel te zwaar en te serieus, daar word ik ook niet gelukkig van, dan werk ik me een halve burn-out in. Ik ben dus wel op zoek naar mijn eigen grenzen. Is dat volwassen?” Ik blijf even stil. “Vind je mij volwassen?” Ik zeg dat ik vind dat ze volwassen klinkt, omdat ze zich zo verantwoordelijk voelt. “Misschien ben ik in dat opzicht dan wel volwassen. Maar ik kan ook heel blij zijn met dingen, ik vind heel veel dingen leuk. Misschien ben ik daarin meer een kind. Ik kijk ook regelmatig de vlogs van Enzo Knol… is dat volwassen?” Ze lacht. “Dan ga je gewoon vijf minuten lang kijken hoe hij hagelslag op een beschuit doet, dat vind ik TOP! Als ik keihard heb gewerkt, ga ik als pauze gewoon 20 minuten daarnaar kijken. (…) Hoeft trouwens niet in het interview dat ik Enzo Knol kijk.” Ik geef aan dat dat zonder twijfel wel vermeld gaat worden.

We zitten inmiddels al een tijdje en de condooms delen niet zichzelf uit. We ronden het gesprek af, ik reken af. Ik loop nog even mee naar haar bus, terwijl ik haar trolley en condoomtas met enig tegensputteren van haar draag (“ik ben een zelfstandige vrouw!”) en we nemen afscheid. Niet vaak spreek je iemand die zo open is en op zo’n jonge leeftijd al zo hard werkt om zichzelf te ontdekken. Volwassen, zeker voor haar leeftijd; alleen grenzen leggen blijft de uitdaging.

Categorie: Nieuws Weblog