#

Jeugzorg

Jeugzorg

  1. Jeugdzorg

Op 1 januari 2015 is de nieuwe Jeugdwet ingevoerd waardoor de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg is neergelegd bij de gemeente. Het wordt steeds duidelijker dat deze transitie (soms) moeizaam verloopt. Zo trok de Kinderombudsman in november al harde conclusies en ook recent kwam het nieuws naar buiten dat jeugdzorg te wensen over laat. De Jonge Democraten Utrecht zien dat er ook in Utrecht ruimte voor verbetering bestaat.

Vrijwillig kader

Eén van de speerpunten van de nieuwe Jeugdwet is preventie. Het is van belang dat er voldoende wordt geïnvesteerd in de vrijwillige fase, zodat escalatie zoveel mogelijk kan worden voorkomen. Op dit moment krijgen meer jongeren zwaardere problematiek, omdat zij in een vroegtijdig stadium onvoldoende hulp hebben gekregen; zo is sinds de invoering van de nieuwe Jeugdwet het aantal gesloten plaatsingen behoorlijk gestegen. De Jonge Democraten Utrecht vinden dat daar nog veel te winnen valt en vinden het van groot belang dat de gemeente meer investeert in het vrijwillig kader. Op dit moment behelst het vrijwillig kader met name logistieke hulp en opvoedondersteuning voor de ouders. Het is ook van belang dat er hulp is voor verslaving, gedagsproblemen en andere problematiek. Het is evident dat er binnen het vrijwillig kader minder (diagnostische) mogelijkheden zijn dan in een verplicht kader, waarvoor nu te weinig financiële ruimte is. Met de nieuwe Jeugdwet is er veel veranderd in het palet aan hulpverlening en is de gemeente verantwoordelijk voor het inkopen van zorg. Jongeren krijgen niet altijd de juiste hulp op het juiste moment. Op het moment dat er zo veel en divers mogelijke hulpverlening beschikbaar is in het vrijwillig kader, kan dat een preventieve werking hebben. Hoewel de Jonge Democraten erkennen dat de gemeente niet alle hulp kan kopen die nodig is, is het wel van belang dat er zoveel mogelijk adequate hulp beschikbaar is, ook in het vrijwillig kader. Het moet namelijk niet zo zijn dat er op het moment dat een kind onder toezicht staat, er ineens een heel nieuw palet aan hulpverlening beschikbaar komt wat er eerst niet was. Door jongeren in een vroegtijdig, vrijwillig stadium te helpen met hun problemen wordt escalatie, in het uiterste geval leidend tot opname in een gesloten instelling, voorkomen.

Verantwoordelijkheid over instellingen

In navolging op het voorgaande achten de Jonge Democraten Utrecht het noodzakelijk dat de gemeente niet alleen zorgt voor de juiste hulp op het juiste moment, maar ook een controlerende rol op zich neemt. De gemeente moet zowel de gecertificeerde instellingen (die van de gemeente een mandaat hebben gekregen) als de open en gesloten instellingen waarin jongeren worden geplaatst actief controleren. De Jonge Democraten stellen dat een controle van zeker eenmaal per jaar noodzakelijk is. De Jonge Democraten vinden het wenselijk als de gemeente die controle zelf uitvoert, aangezien het kwetsbare kinderen betreft die zich niet kunnen verdedigen en van ons afhankelijk zijn. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om ervoor te zorgen dat de situatie voor hen, hoe schrijnend die misschien ook is, zo goed mogelijk is. En daarvoor is controle nodig, zodat de kwaliteit van de instellingen binnen de jeugdzorg gemonitord, verbeterd en gegarandeerd kan worden. Deze controle moet onder meer toezien op niveau en breedte van hulpverlening, de pedagogische ondersteuning en de veiligheid van de kinderen.

Daarbij moet met name aandacht zijn voor de instellingen waarin kinderen gesloten kunnen worden geplaatst. Hoewel gesloten plaatsing alleen mogelijk is met een machtiging van de rechter, draagt de gemeente ook verantwoordelijkheid aangezien zij deze instellingen financiert. Uit het eerder genoemde rapport van de Kinderombudsman bleek dat het aantal (crisis-)plaatsingen in de gesloten jeugdhulp toeneemt. De Jonge Democraten achten het van groot belang dat deze gesloten instellingen een bepaalde standaard hebben en de jongeren daar op een zo goed en veilige mogelijke manier worden opvangen. Kinderen moeten veilig en gezond kunnen opgroeien, ook al zitten ze in een instelling. De gemeente kan hierop toezien door deze instellingen elk kwartaal te controleren.